Kenmerken

Kenmerken van een beelddenker
  • Ze maken een slome, trage, soms afwezige indruk.
  • Ze hebben moeite om zich aan de regels te houden.
  • Ze hebben moeite met het vinden van de juiste woorden.
  • Ze zeggen vaak: dinges, je weet wel of die/dat.
  • Het is voor weinig mensen begrijpbaar wat ze vertellen.
  • Ze komen vaak kinderlijk over.
  • Ze hebben moeite met volgorde en tijd.
  • Links en rechts kunnen ze moeilijk onderscheiden.
  • Ze hebben wisselende prestaties.
  • Ze kunnen op bepaalde momenten inzicht tonen en op andere momenten juist weer niet.

Kenmerken peuters/kleuters

  • Komen vaak laat tot spreken.
  • Vertonen als ze onverwacht gestoord worden in hun spel paniekreacties en/of driftbuien.
  • Hebben problemen bij het automatiseren van bepaalde motorische vaardigheden (leren lopen, evenwicht bewaren, leren fietsen, eten met mes en vork).
  • Hebben een vertraagde of versnelde reactie op dingen die gezegd worden.
  • Hebben een voorkeur voor intensieve spelactiviteiten (constructiemateriaal, rollenspel).

Kenmerken op de basisschool

  • Hebben een taalachterstand opgebouwd.
  • Vertellen alles met weinig woorden.
  • Kunnen gedachten heel moeilijk verwoorden.
  • Hebben problemen met het opvolgen van instructies.
  • Nemen de informatie die hen verteld wordt of die ze lezen vaak letterlijk op.
  • Hebben een zwakke concentratie.
  • Dromen vaak weg in hun eigen verhaal/beeld.
  • Kunnen problemen niet goed analyseren.

Positieve kenmerken

  • Ze zijn heel inventief.
  • Ze zijn heel creatief.
  • Ze voelen veel dingen goed aan.
  • Ze kunnen goed organiseren en leiding geven.
  • Ze hebben een brede belangstelling en zijn doorzetters.
  • Ze zien oplossingen waar andere zich blind op staren.
Een beelddenker heeft weinig op met de tijd. Ze dragen meestal geen horloge en eten wanneer ze honger hebben.

Signaleringslijst beelddenkers: peuters en kleuters
Bron: beelddenken in de praktijk

Vertraagde spraakontwikkeling

  • Niet vroeg praten
  • Lang gebroken praten
  • Struikelen over woorden
  • Vrij zwakke articulatie

Moeite met luisteren

  • Gericht luisteren blijft achter bij ontdekkend zien
  • Vertraagde of te snelle reactie op wat er wordt gezegd
  • Slecht luisteren bij zaken buiten de direct zichtbare belevingswereld

Vertraagde taalontwikkeling

  • Problemen met het onthouden van versjes en liedjes
  • Geen belangstelling voor rijmspelletjes
  • Moeite met het koppelen van woorden aan beelden
  • Woordvindingsproblemen
  • Eigen woordgebruik
  • Vrij beperkte, maar wel originele woordenschat

Vertraagde motorische ontwikkeling

  • Slechte fijne motoriek
  • Verhoogd ongeluksvatbaar
  • Onhandig

Oriëntatie in ruimte en tijd

  • Gebrekkig tijdsbesef
  • Moeite met oriënteren in de ruimte

Persoonlijkheidsontwikkeling

  • Veel fantasie, vindingrijkheid, origineel
  • Dromerig (in eigen wereldje leven)
  • Intensieve spelactiviteiten (rollenspel en constructiemateriaal)
  • Driftbuien en paniekreacties
  • Intuïtief veel begrijpen wat er om ze heen gebeurt (empathie)
  • (Over)gevoelig, emotioneel kwetsbaar
  • Impulsief/associatief